Gear-tip · leestijd 6 min · kopfoto: het rugpand en de schouderbanden van een dagrugzak, niet het inpakken zelf. Foto: Markus Spiske, Unsplash
Voor een dagwandeling van 5 tot 20 kilometer in Nederland heb je geen grote uitrusting nodig. Wat in je dagrugzak zit, is er om drie redenen: je wilt kunnen eten en drinken, je wilt droog en warm blijven als het weer omslaat, en je wilt een blaar, een teek of een lege telefoon zelf kunnen opvangen.
Wat er altijd in zit
Dit is de basis om mee te beginnen, ook op een korte ronde.
- Water en eten. Tijdens het lopen verbrand je energie. Brood, noten, gedroogd fruit en een graanreep zijn een goede keus. Neem ze mee in zo min mogelijk verpakking.
- Een regenjas en een regenbroek. Het weer kan onderweg omslaan.
- Een extra laag. Een fleecetrui houdt je warm. Heb je een gewatteerd jack, dan is dat de laag die je in de pauze aantrekt.
- Een opgeladen telefoon. Met de 112NL-app van de overheid wordt bij een melding je locatie meegestuurd naar de meldkamer. In de kou kan een telefoon snel leeg raken; met een powerbank laad je onderweg bij.
- Een papieren kaart. De kaart doet het ook als je batterij op is.
- Een kleine EHBO-set, met een puntig pincet of een tekentang.
- Zakdoekjes en een afvalzakje. Voor je neus en voor een wc-stop onderweg. Wat je gebruikt, gaat in het zakje mee terug.
Hoeveel water
Als vuistregel: een liter op een koele dag en een korte ronde, twee liter als het warm is of de route lang. Is het warm en de route ook lang, dan is twee liter het begin: neem meer mee of zoek vooraf een plek om bij te vullen. Dat is een advies van deze site, geen norm.
Ter vergelijking: het Voedingscentrum houdt voor een gewone dag minstens 1,4 liter aan voor vrouwen en 1,4 tot 1,8 liter voor mannen, koffie, thee en andere dranken meegeteld. Voor een heel warme dag is dat zeker 2 liter, met 3 liter als bovengrens.
Bij hitte is het belangrijk om veel te drinken, ook als je geen dorst hebt, en bij voorkeur water. Onderweg bijvullen kan soms, bij een watertappunt op straat. Reken er in de winter niet op: het Limburgse drinkwaterbedrijf WML sluit zijn buitentaps dan af om bevriezing te voorkomen en sluit ze in het voorjaar weer aan. Vertrek dus met een volle fles.
De kleine EHBO-set, en de teek
Volgens het Rode Kruis hoort in elke EHBO-set dezelfde basis: handschoenen, kompressen en verband om een wond af te dekken, pleisters, een schaar, een splinterpincet en een reddingsdeken. De volledige lijst staat op hun site. Die deken is er voor iemand die te ver afkoelt: je wikkelt hem erin. Aanvullen kan, met wat je weet te gebruiken.
Voor een wandelaar zijn blarenpleisters de eerste aanvulling. Het Rode Kruis raadt aan een dichte blaar zo mogelijk dicht te laten en af te plakken, bijvoorbeeld met een blarenpleister, en een open blaar eerst schoon te maken en dan steriel af te dekken. Op een lange afstand horen er ook droge sokken bij, want een vochtige huid vergroot de kans op blaren. Wissel ze minstens halverwege de dag, en ook na een regenbui.
Teken zijn er niet alleen in de zomer. Het RIVM houdt 7 graden aan als grens waarboven ze actief kunnen zijn, met maart tot en met oktober als drukste maanden. Je vindt ze overal in het land waar veel groen is: bos, duin, heide. Een teek die lang blijft zitten, geeft de lymebacterie eerder door. Haal hem er dus meteen uit, met een puntig pincet of een tekentang. Het Rode Kruis gebruikt bij voorkeur een puntig pincet zonder ribbels.
Een tekentang van roestvrij staal, met de bek links. Er bestaan meer modellen, en een puntig pincet ziet er anders uit. Foto: Kreuzschnabel, Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Kijk jezelf en je kleren na zodra je uit het groen komt. Hoe je een teek er goed uit haalt, laat het RIVM stap voor stap zien; lees het voor je gaat, niet pas met een teek in je been. Twee dingen om te onthouden: schrijf op wanneer en waar op je lichaam je gebeten bent en houd die plek drie maanden in de gaten, en neem contact op met je huisarts als de teek er langer dan 24 uur heeft gezeten.
Afval gaat mee terug
Staatsbosbeheer laat prullenbakken bewust weg: waar een bak staat, volgt meestal meer afval. Natuurmonumenten heeft in zijn gebieden in de Maasvallei ook geen prullenbakken: dieren halen het vuil eruit op zoek naar voedselresten en kunnen zo plastic of scherpe voorwerpen binnenkrijgen. Ook Het Limburgs Landschap is zeer terughoudend met prullenbakken en haalt ze soms weg.
Daarom het afvalzakje: wat je het gebied in neemt, neem je ook weer mee.
Wat er per seizoen bij komt
Van eind maart tot en met september is de zon volgens het RIVM een factor om rekening mee te houden. Dan komen erbij: een pet of een hoed met een brede rand, een zonnebril met UV-filter en zonnebrandcrème met minstens factor 30. Het smeren herhaal je elke twee uur, dus de tube gaat mee. Loop je door hoog gras, heide of bos, dan hoort er ook een middel tegen insecten bij voor de onbedekte huid; het Rode Kruis noemt middelen met DEET of icaridine.
In de koude maanden zijn een muts, handschoenen en een nekwarmer het meenemen waard, en een lampje voor als de wandeling uitloopt. De meeste gebieden van Staatsbosbeheer zijn open van zonsopgang tot zonsondergang; het lampje is dus voor het laatste stuk.
Hoe groot, hoe zwaar, en hoe je hem inpakt
Een gangbare maat voor een dagwandeling is een lichte rugzak van 20 tot 30 liter. Koop je er een, pas hem dan met gewicht erin. Wandel.nl, de site van wandelbond KWbN, noemt als richtgetal niet veel meer dan 7 kilo.
De basisregel bij het inpakken: de zwaardere spullen zo dicht mogelijk tegen je rug. Loop je vooral vlak, dan hoort het zwaartepunt ter hoogte van je schouderbladen te liggen, recht boven je heupen. In de praktijk: de volle fles en het eten tegen het rugpand, de gepolsterde kant die tegen je rug ligt. Zware spullen horen niet in het topvak, want dan komt het zwaartepunt te hoog te liggen. Een fles in het zijvak pak je makkelijker; verdeel het gewicht dan over links en rechts.
Bij een dagrugzak dragen vooral de schouderbanden het gewicht; de heupband is er om het slingeren tegen te gaan. In het topvak komen de kleine dingen die je onderweg wilt pakken, zoals een reep, je zonnebril en de EHBO-set. De meeste rugzakken zijn niet waterdicht, al zit er vaak een regenhoes in verstopt. Verpak wat droog moet blijven in een waterdichte zak, en hang zo min mogelijk aan de buitenkant.
Wat kan thuisblijven? Alles waar je geen van de drie redenen uit het begin bij kunt noemen: eten en drinken, droog en warm blijven, of een ongemak zelf opvangen. Meestal zijn dat dingen die je dubbel bij je hebt.
Leg de spullen uit de lijst naast elkaar op tafel, pak de rugzak in en probeer hem uit op een korte ronde, bijvoorbeeld de Maasduinen rond het Reindersmeer: 7,8 kilometer over heide en duin. Wat je onder die rugzak aantrekt, staat in Het laagjessysteem.