Van boven gezien: twee voeten in lage grijsgroene schoenen op een dikke laag nat, glimmend esdoornblad in bruin en oranje

Kleding · Herfst

Wat trek je aan in de herfst: wandelen tussen 5 en 15 graden

Home / Kleding / Wandelen in de herfst

Kledinggids · leestijd 6 min · kopfoto: Hanna Lazar, Unsplash

Bij een graad of 10, een gemiddelde novembermiddag, is een shirt met lange mouwen en een fleecevest meestal genoeg, met de regenjas in de rugzak. Bij 15 graden gaat het vest onderweg vaak uit, bij 5 komen er een muts en handschoenen bij en gaat de jas aan. Dat is een vertrekpunt, geen regel. Lastiger dan de temperatuur is het verschil binnen één dag: een koude ochtend, een zachte middag, en eind november een zon die rond half vijf ondergaat.

Een vertrekpunt bij 15, 10 en 5 graden

De lijst gebruikt drie woorden. De onderlaag is het shirt op je huid, de tussenlaag de fleece of trui die warmte vasthoudt, de buitenlaag de jas tegen wind en regen. Meer daarover staat in Het laagjessysteem. Hoeveel je nodig hebt hangt af van je tempo, van de wind en van jezelf.

Heb je het snel koud, kleed je dan een stap warmer: bij 10 graden zoals hier bij 5 staat. Dat je onder het lopen vanzelf opwarmt, gaat niet voor iedereen op. Loop je stevig door, dan maak je meer warmte en kun je een stap lichter beginnen. Kijk bij het kiezen naar de temperatuur op het uur dat je vertrekt, niet alleen naar het maximum van de dag.

Je handen worden snel koud, omdat je lichaam bij kou de bloedvaten in armen en benen samenknijpt om warmte te sparen. Dunne handschoenen en een muts of hoofdband nemen weinig ruimte in.

Voor je benen is een lange broek genoeg. Een wandelbroek is licht en droogt snel, en dat merk je na een bui. Een lange broek helpt ook tegen teken, die in de herfst niet weg zijn. Volgens het RIVM zijn teken het meest actief van maart tot en met oktober en kunnen ze actief zijn zodra het warmer is dan 7 graden. Controleer jezelf ook na een wandeling in november.

Lopend warm, bij de pauze koud

Lopend verbruik je grofweg vier keer zoveel energie als zittend, en dat merk je als warmte. Ga je zitten, dan maak je minder warmte, terwijl de lucht even koud blijft: je koelt af. Met een klam shirt gaat dat sneller, want een natte of bezwete huid koelt sneller af dan een droge. Wind neemt nog meer warmte mee.

De regel van de ANWB is: trek iets aan voordat je gaat rusten, en trek iets uit voordat je het te warm krijgt. Wacht je met uittrekken tot je zweet, dan neem je dat vocht mee naar de pauze. Op een koude dag zijn meerdere korte pauzes beter dan één lange.

Twee handen schenken uit een groene thermosfles in een groene beker; de persoon draagt een donkerblauwe jas en een geruite sjaal, op de achtergrond een open veld met een bosrand

Inschenken met de jas en de sjaal aan. Wie stilstaat maakt minder warmte, dus de extra laag gaat aan voor de fles opengaat. Foto: Kamil Szumotalski, Unsplash

Wat er in de rugzak gaat

Vijf dingen gaan mee, ook als het bij vertrek droog en zacht is.

Schoenen op nat blad en modder

Nat blad is glad en modder ook. Je schoenen moeten daar grip op houden, en dat begint bij het profiel: de groeven en nokken onder de zool. In modder of klei wordt een versleten profiel glad, zegt outdoordeskundige Gijs Loning in de ANWB Kampioen. Zijn advies: controleer het profiel voor elke wandeling, en schraap het onderweg regelmatig schoon met een takje. Op de foto boven dit stuk zie je de schoenen van boven, zoals je ze zelf ziet. Hoeveel profiel er nog op zit, zie je pas als je ze omdraait.

Het hoeft geen zware wandelschoen te zijn, wel een schoen met profiel. Een gladde zool houdt op nat blad weinig grip.

Veel wandelschoenen hebben een waterdicht en ademend membraan: een laag in de schoen die water tegenhoudt en zweet naar buiten laat. Nat gras en een bui kunnen zulke schoenen goed hebben, maar droge voeten zijn daarmee niet zeker. Is de buitenkant doornat, dan werkt de ademende laag niet meer goed en worden je voeten van binnenuit klam. Draag er wandelsokken in. Voor grip doet het membraan niets: kijk daarvoor naar de zool.

Oktober en november in cijfers

Dit zijn de gemiddelden die het KNMI in Arcen, bij Venlo, mat over 1991 tot 2020. In oktober is het op het warmste moment van de dag gemiddeld 15,0 graden en op het koudste 6,9. In november is dat 9,7 en 3,6. Tussen het koudste en het warmste moment zit in oktober ongeveer 8 graden en in november ongeveer 6. In oktober haalt ongeveer de helft van de dagen de 15 graden. November telt gemiddeld vijf dagen waarop de temperatuur onder nul komt.

Neerslag valt er in oktober 6,7 procent van de tijd en in november 8,8 procent. Regenen doet het wel vaak even: in oktober blijven gemiddeld 14 van de 31 dagen helemaal droog, in november 12 van de 30. Op tien tot elf dagen per maand valt minstens een millimeter. Ook op zo'n dag is het gemiddeld het grootste deel van de dag droog.

Vroeg donker: reken terug vanaf zonsondergang

Het KNMI geeft voor 2026 deze tijden voor het midden van het land. Op zaterdag 24 oktober gaat de zon om 18.27 uur onder, en een dag later, als de wintertijd is ingegaan, om 17.25 uur. Op 30 november is het 16.33 uur. Rond Venlo is het een paar minuten eerder.

Na zonsondergang schemert het nog ruim een half uur. Plan zo dat je bij zonsondergang terug bent, en houd de schemering als reserve. Een wandeling van vier uur met een pauze begint eind november niet later dan twaalf uur; eind oktober kan het nog een uur later.

Wordt het toch laat, zorg dan dat je zelf nog ziet en dat anderen jou zien. Volgens de ANWB is een voetganger in donkere kleding voor een automobilist pas op twintig meter zichtbaar, en in lichte kleding op vijftig meter. Met reflecterend materiaal word je tot wel 150 meter eerder opgemerkt. Een lichte jas helpt al, en een reflecterend bandje om je arm of aan je rugzak neemt geen ruimte in. Kies voor het laatste stuk als het kan een route met straatverlichting, loop zoveel mogelijk over de stoep, en gebruik het lampje waar je het pad zelf niet meer ziet.

Zoek de avond voor je wandeling de tijd van zonsondergang op en reken daar je vertrektijd uit terug. Leg dan de vijf dingen voor de rugzak klaar. Een ronde van 5 km over bospad en heide in Noord-Limburg om het mee te proberen is de Mookerheide. Loop je in Zuid-Limburg, lees dan eerst Wat trek ik aan in het Heuvelland.