Boslaan in de mist

Kleding · Zuid-Limburg

Wat trek ik aan in het Heuvelland

Home / Kleding / Wat trek ik aan in het Heuvelland

Kledinggids · leestijd 5 min · merkonafhankelijk

In Zuid-Limburg loop je anders dan in de rest van Nederland, en dat merk je aan wat je aanhebt. Staatsbosbeheer beschrijft het Heuvelland als hoger gelegen, vlakke plateaus, steile hellingen met grasland of bos, en beekdalen. Een dagwandeling van 17,5 km vanuit Gulpen kent volgens Wandel.nl een maximaal hoogteverschil van 252 meter. Wie de Dutch Mountain Trail loopt, ongeveer honderd kilometer in vier etappes, klimt en daalt in totaal ruim vijftienhonderd meter, en het Krijtlandpad van 91 km in zes etappes komt boven de duizend. Ter vergelijking: op de Meinweg in Midden-Limburg ligt tussen het laagste en het hoogste terras vijftig meter.

Klimmen betekent zweten, en dalen over een natte helling betekent glibberen. Dat tweede heeft met regen te maken. Het KNMI meet in Vaals over de periode 1991-2020 gemiddeld 931,1 mm neerslag per jaar, tegen 856,5 mm voor heel Nederland. Maastricht, beneden in het Maasdal, komt op 756,8 mm. Het Heuvelland hoort daarmee bij de natste streken van het land, maar het is niet de natste: dat is de Veluwe, waar Beekbergen geldt als het natste plekje. Vaals ligt hoog en Maastricht laag, en dat verklaart het verschil: vochtige lucht die omhoog moet, laat zijn regen vallen. De hoge dorpen vangen de buien, het dal blijft droger.

Nat grasland onder een wolkenlucht

Schoenen en zolen

De bodem bepaalt hier je schoenkeuze. Op de plateaus ligt volgens Staatsbosbeheer een dikke laag löss: minikorreltjes zand met kalkdeeltjes ertussen. Die grond houdt water goed vast, en bij veel regen verandert hij in wat de VVV pratsj noemt. Wandel.nl zegt het over de Dutch Mountain Trail zonder omwegen: wie hier in een nat seizoen wandelt, ontkomt niet aan een glijpartij. De holle wegen en de grubben, de diepe geulen in de hellingen, zijn erosie in die zachte grond, en bij zware regenval stromen water en modder er volgens Staatsbosbeheer vrijelijk weg.

Natuurmonumenten schrijft bij een route in het Imstenraderbos bij Heerlen: zorg voor goede, waterdichte schoenen, de paden kunnen modderig zijn. Een waterdichte wandelschoen met een zool met diep profiel is hier de veiligste keuze. Een gladde sportschoen houdt op een natte lössgrond weinig grip, vooral omlaag. Heb je nog geen waterdichte schoenen, kies dan voor je eerste keer een droge periode en neem een paar droge sokken mee in de rugzak.

De laagjes

Het laagjessysteem werkt met drie lagen die elk een eigen taak hebben. De onderlaag voert zweet af, zodat je droog blijft; de ANWB noemt merino, polyester of een mengvorm. De tussenlaag houdt je eigen warmte vast, en daar is fleece het bekende materiaal. De buitenlaag, de hardshell, houdt wind en regen tegen, met een membraan dat vocht van binnen naar buiten laat en regen van buiten tegenhoudt. Katoen valt af, volgens Wandel.nl omdat het vocht vasthoudt in plaats van het door te geven aan de volgende laag.

In het Heuvelland wissel je die lagen vaker dan op vlak terrein. Op een klim trek je de tussenlaag uit voordat je doorweekt bent, boven op het plateau trek je hem weer aan. Op een open plateau sta je meer in de wind dan in een beschut dal. Voor wie op budget begint: een sportshirt van polyester dat je al hebt, is een bruikbare onderlaag.

Per seizoen

Lente. Reken na elke regenbui op modder. Begin met drie lagen en trek uit wat te warm wordt; de shell gaat mee in de rugzak. Maak de lange broek tegen teken weer de standaard.

Zomer. Klimmen in de warmte kost vocht, dus kies een dunne onderlaag die zweet afvoert en laat de tussenlaag thuis. Het RIVM raadt een lange broek aan tegen teken; een dunne, lichte broek is het compromis. Een goedkope poncho in de rugzak vangt een bui op.

Herfst. Op een heldere, windstille nacht zakt koude lucht naar de laagste punten in het landschap. Het KNMI noemt een meting op een heuvel van dertig meter hoog, waar de laagste temperatuur in twee heldere nachten 5,1 en 6,5 graden hoger lag dan in het vlakke land ernaast. Het KNMI beschrijft het als iets wat ook in Nederland bij kleine hoogteverschillen gebeurt. Begin je op een heldere ochtend in een dal, dan kan het beneden kouder zijn dan boven. Neem een laag extra die je onderweg uittrekt.

Winter. Het KNMI wijst erop dat harde wind het in de winter kouder laat aanvoelen, en op een open plateau vang je die wind. Fleece als tussenlaag, een muts, handschoenen en de shell als windscherm. Een fleece hoeft niet nieuw te zijn: een tweedehands exemplaar doet hetzelfde werk.

Stokken

Wandel.nl geeft voor natte lössgrond twee adviezen: neem wandelstokken mee, of kies een droge periode. Stokken geven je een extra steunpunt op een steile, natte helling, en dat merk je vooral bergaf, als je zool wegglijdt. Twijfel je of het iets voor je is, leen dan eerst een paar voor je er een koopt.

Teken

In Nederland zijn er volgens het RIVM elk jaar ruim een miljoen tekenbeten, en zo'n 27.000 mensen krijgen de ziekte van Lyme. Een hoger risico voor Limburg blijkt niet uit de cijfers: de meeste meldingen per inwoner komen uit Drenthe en Gelderland. Wel is de kans op lymeziekte het grootst in duinen, bos, parken en heide, en dat zijn precies de plekken waar je wandelt. Wat het RIVM ertegen aanraadt, komt neer op drie dingen: op het pad blijven, je huid bedekken tot en met de broekspijpen in je sokken, en een middel met DEET gebruiken. De hele lijst staat op rivm.nl. Kijk jezelf en elkaar na elke wandeling na. Krijg je binnen drie maanden na een beet klachten, ga dan naar de huisarts.

Twee routes om het te proberen

Wil je voelen wat löss na regen doet, loop dan het Gulpdal rond Beutenaken, met zijn holle wegen. En wie de shell eens echt wil gebruiken, loopt het Drielandenpunt bij Vaals, bij het hoogste punt van Europees Nederland en het natste meetpunt in dit stuk.