Papieren kaart met een kompas erop

Limburg · Achtergrond

Het Limburgse landschap lezen

Home / Routes / Limburg / Het landschap lezen

Achtergrond · leestijd 5 min · bronnen: onder meer Geologische Dienst, Geologie van Nederland, Rijkswaterstaat, KNMI, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Het Limburgs Landschap, VVV Zuid-Limburg en Wikipedia

In Zuid-Limburg loop je over kalksteen uit een tropische zee en over stof uit de laatste ijstijd. Verder naar het noorden liggen terrassen van de Maas en duinen van rivierzand. Wie weet wat hij ziet, leest er ook uit af waar het pad modderig wordt, waar het steil is en waar water blijft staan. Hieronder per element de feiten, met de route uit deze reeks waar je het tegenkomt.

Hakhout met stammen in rijen

Mergel, eigenlijk krijt

Wat in Limburg mergel heet, is geologisch geen mergel. Echte mergel is een mengsel van klei en kalk; de Limburgse steen is krijtgesteente, opgebouwd uit minuscule skeletjes van algen in een ondiepe tropische zee. Hij hoort bij de Formatie van Maastricht en stamt uit het Maastrichtien, van 72,1 tot 66,0 miljoen jaar geleden. De Belgische geoloog André Dumont gaf die periode in 1849 haar naam. De typelocatie is een kalksteenwand onder hoeve Lichtenberg, naast de ENCI-groeve, al ligt het internationale ijkpunt bij Tercis-les-Bains in Frankrijk. Uit dezelfde groeve komen fossielen van de mosasaurus. Je loopt erover op de Sint-Pietersberg.

Vuursteen

In de ENCI-groeve waarschuwt Natuurmonumenten voor scherpe vuursteen, en op de gele route over de Sint-Pietersberg ligt silex op het pad. Bij Rijckholt hebben mensen in het Neolithicum, ruwweg van vierduizend tot 2650 jaar voor Christus, naar vuursteen gegraven. De mijnen werden in 1881 ontdekt en tellen naar schatting duizenden schachten. Ze zijn met een gids te bezoeken van april tot oktober; daarna overwinteren er vleermuizen.

Löss

Löss is fijn stof dat in de koudste fasen van de laatste ijstijd, het Weichselien (100.000 tot 11.500 jaar geleden), van de drooggevallen Noordzeebodem is weggeblazen. Het meeste kwam rond 20.000 jaar geleden. In Limburg is de laag 1 tot 20 meter dik. Löss is vruchtbaar en makkelijk te bewerken, en tegelijk gevoelig voor erosie op steile hellingen. Voor wie wandelt telt vooral dat hij water vasthoudt: na veel regen wordt hij wat de VVV pratsj noemt, natte modder. Je merkt het in het Gulpdal en in het Geuldal bij Epen.

Graften en holle wegen

Op de hellingen van het Heuvelland zie je trapvormige terrassen met steile randen: de graften. Ze ontstonden doordat boeren stroken bos dwars op de helling lieten staan. Onder zo'n strook spoelde de grond bij een flinke bui weg, erboven bleef hij hangen omdat de wortels de bodem vasthielden. Volgens de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap is minder dan een kwart van de graften in goede staat en is sinds de jaren veertig naar schatting de helft geruimd. Holle wegen zijn het werk van eeuwen erosie: regenwater en het gebruik als pad door mensen en dieren sleten de weg diep in de zachte grond. De VVV noemt ze als kenmerk van het Gulpdal.

De Heimansgroeve

Bij Epen ligt volgens de Geologische Dienst het oudste gesteente aan het oppervlak van Nederland. In de Heimansgroeve zie je schalie en zandsteen uit het Namurien, een deel van het Carboon, tussen 326 en 313 miljoen jaar oud. Daarmee is het ruim tweehonderd miljoen jaar ouder dan het krijt van Maastricht. In de lagen staan golfribbels en plantfossielen. De groeve ligt op de route Geuldal bij Epen.

Terrassen en breuken

Door afzetting en insnijding van de Maas, gestuurd door klimaatschommelingen en bewegingen van de bodem, zijn in de laatste drie miljoen jaar de Maasterrassen ontstaan. De ondergrond is verdeeld in blokken die verschillend bewegen: de Roerdalslenk, de Peelhorst en de Venloslenk. De Peelrandbreuk begrenst de Roerdalslenk aan de noordoostkant. Een verschuiving langs die breuk veroorzaakte op 13 april 1992 de aardbeving van Roermond: 5,8 op de schaal van Richter, de zwaarste die ooit in Nederland is gemeten, met het epicentrum bij Linne. Nationaal Park De Meinweg ligt op drie terrassen met samen vijftig meter hoogteverschil, van het Roerdal op 30 meter boven NAP tot het Beatrixplateau op 80 meter.

Rivierduinen en een stuwwal

Op de Maasterrassen in Noord-Limburg is na de laatste ijstijd zand opgestoven door krachtige westenwinden. Zo ontstonden hoefijzervormige paraboolduinen, ruggen van 15 tot 25 meter hoog, samen de langste rivierduingordel van Nederland. Rond het Reindersmeer loop je erover: Maasduinen. Bij Mook ligt de Sint-Jansberg, een deel van een stuwwal uit de voorlaatste ijstijd, de Nederrijnse Heuvelrug. De route in deze reeks komt niet op de berg zelf; de ronde over de Mookerheide ligt in dezelfde gemeente, op wat Natuurmonumenten heuvelachtig terrein noemt.

Heide, hoogveen en een rode beek

De Brunssummerheide is volgens Natuurmonumenten het grootste heidegebied van Limburg. De Roode Beek kleurt er roestrood, omdat er veel ijzer in de bodem zit. Het Natura 2000-gebied telt actief hoogveen en twee hellingveentjes hoog in de helling langs de Feldbissbreuk. Zie Brunssummerheide.

De hoogste top en de regen

De Vaalserberg is met 322,4 meter boven NAP, gemeten door Rijkswaterstaat in 2017, het hoogste punt van het Europese deel van Nederland. Hoog of laag maakt ook verschil in de regenmeter. Volgens de KNMI-normalen over 1991-2020 valt in Vaals 931,1 millimeter per jaar, tegen 856,5 landelijk en 756,8 in Maastricht. Het Heuvelland is dus niet de natste streek van Nederland: de hoge dorpen zitten boven het gemiddelde, het dal van de Maas zit eronder. De top beklim je op de route Drielandenpunt.

Wat je eraan hebt onderweg

Modder zit waar löss ligt, en het meest in holle wegen, waar het regenwater langs loopt. Kies na een natte week je schoenen daarop of neem stokken mee; zie Wat trek ik aan in het Heuvelland. Steil wordt het bij graften, terrasranden en groevewanden, de plekken waar de ondergrond abrupt van niveau wisselt. Nat blijft het in hoogveen en rond vennen; de Rolvennen in het park De Meinweg zijn pas na de Eerste Wereldoorlog ontstaan, door het afgraven van hoogveen. En wie in Vaals vertrekt, loopt in een dorp waar over een jaar gemeten ruim een vijfde meer regen valt dan in Maastricht.